slide1

BERGA juridische diensten



Het 1e Persoonlijk consult is altijd gratis!.....

slide 4

BERGA juridische diensten



Overal in Nederland kunt u bij ons terecht…..
slide2

BERGA juridische diensten



Juridische hulp is voor u zowel persoonlijk, telefonisch als online toegankelijk…..
slide6

BERGA juridische diensten



Wij staan voor betaalbaar, laagdrempelig en betrokken…..
slide 4

BERGA juridische diensten



Brede juridische praktijk in advisering, bijstandsverlening en gerechtelijk procederen op civiel-, bestuurs- en strafrechtelijke terreinen.....
slide2

BERGA juridische diensten



Tot 21.00 uur ’s avonds persoonlijk juridisch advies bij u thuis…..
slide 4

BERGA juridische diensten



Persoonlijk en online laten checken, aanpassen en opstellen van uw brief/contract/voorwaarden…..
slide2

BERGA juridische diensten



Snel verkrijgen van persoonlijk, online en telefonisch juridisch advies…..
slide1

BERGA juridische diensten



Voor juridisch maatwerk…..
slide 4

BERGA juridische diensten



Juridisch deskundig en betaalbare dienstverlening…..
slide 4

BERGA juridische diensten



Juridisch op het scherpst van de snede.....

Ontrafeling stellingen Algemene Voorwaarden (5)

 

Regelmatig zien wij diverse beweringen en aannames over algemene voorwaarden voorbij komen die alles behalve

een juridische grondslag kennen, maar wél met overtuiging worden gepresenteerd.

Het tegendeel is ook waar: Sommige ervan zijn echter inhoudelijk zeer juist, maar laat de uitleg of

de motivering te wensen over. In Ontrafeling stellingen algemene voorwaarden kijken we wat juist is of wat fictie is.

 

Tijd om een aantal stellingen over Algemene Voorwaarden te ontrafelen en de juiste juridische vl(h)echting

erop los te laten.

 

 

Deze week Stelling 5

 

“De algemene voorwaarden zijn mij correct ter hand gesteld (per post, email, persoonlijk).

Mij (particulier of ondernemer) is niet door de gebruiker (ondernemer) uitgelegd wat nu precies

in de algemene voorwaarden staat beschreven als het om mijn rechten en plichten gaat.

Ik heb de voorwaarden ook niet gelezen omdat ik bang ben dat ik ze niet begrijp.

Ik ben van mening dat nu de ondernemer mij hier inhoudelijk niet op heeft gewezen, dat ze ook niet van toepassing

verklaard kunnen worden op ons contract.”

 

 

Onze reactie

 

 

Kern van de stelling

 

Onjuist, fictie.

Deze week gaat de stelling in de kern over de aanname, dat nu de voorwaarden juist ter hand zijn gesteld, of ze door

de gebruiker (ondernemer) ook inhoudelijk aan de wederpartij uitgelegd of geduid moeten worden eer ze onderdeel

van het contract zouden zijn. Dit is een onjuiste vooronderstelling.

 

Waar moet van voldaan worden?

 

Het is voor rekening en risico van de wederpartij of hij de voorwaarden daadwerkelijk leest en ook begrijpt.

Dit vormt geenszins een voorwaarde om onderdeel te mogen zijn van het contract.
Zijn de voorwaarden juist ter hand gesteld, dan zijn ze gewoon van toepassing, ook al worden ze niet door de wederpartij gelezen.

Als ondernemer doet u er overigens wel goed aan om uw klanten op de inhoud ervan te wijzen, zodat onduidelijkheden in

een vroeg stadium weggenomen kunnen worden. Dit komt de relatie met uw klanten ten goede, temeer als het om long-term

commitment relaties gaat.

 

 

Uw voorwaarden door BERGA laten opstellen, checken of aanpassen?

 

Maak een afspraak via onze website, bel ons of mail ons.

Wij zijn u graag van dienst!

Ontrafeling stellingen Algemene Voorwaarden (4)

 

Regelmatig zien wij diverse beweringen en aannames over algemene voorwaarden voorbij komen die alles behalve

een juridische grondslag kennen, maar wél met overtuiging worden gepresenteerd.

Het tegendeel is ook waar: Sommige ervan zijn echter inhoudelijk zeer juist, maar laat de uitleg of

de motivering te wensen over.

 

Tijd om een aantal stellingen over Algemene Voorwaarden te ontrafelen en de juiste juridische vl(h)echting

erop los te laten.

 

 

Stelling 4

 

“Als opdrachtnemer geef ik slechts advies, het is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever (ondernemer of consument) 

of hij mijn adviezen overneemt en daar naar handelt. Het is dan zijn risico als daar schade uit voort komt.

Dit heb ik ook zo verwoord in mijn algemene voorwaarden die ik op juiste wijze ter hand heb gesteld.

Als ondernemer ben dus ook nergens aansprakelijk voor nu ik alle aansprakelijkheid heb uitgesloten in mijn algemene

voorwaarden.

 

 

 

Onze reactie op stelling (4)

 

 

Kern van de stelling

 

Deze week gaat de stelling in de kern over beperking van aansprakelijkheid.

Wanneer mag je nu je aansprakelijkheid beperken of uitsluiten?

Je bent vast weleens het bordje aan de rechterkant van deze pagina tegengekomen waarop te lezen valt:

‘De directie stelt zich niet aansprakelijk voor diefstal, verlies, of beschadiging van eigendommen van bezoeker’.

Is dat zo? Mag de directie zich jegens haar bezoekers zomaar distantiëren van haar aansprakelijkheid?

Deze en andere vragen komen hieronder aan bod.

De regels over aansprakelijkheid komen we tegen in het burgerlijk wetboek, boek 3, 6 en 7.

Voor ondernemers gelden andere regels als voor de consument.

 

 

Uitsluiting aansprakelijkheid (exoneratiebeding) door ondernemer in algemene voorwaarden 
jegens wederpartij tevens ondernemer (B2B)

 

Definities

 

Gebruiker: is de partij die de algemene voorwaarden heeft opgesteld en presenteert aan haar wederpartij.

Vaak zal dit de leverancier, verkoper of opdrachtnemer zijn.

Wederpartij: is de partij tot wie de gebruiker zich wendt.

Dit zal vaak de kopende partij zijn of de partij die als opdrachtgever fungeert.

 

Hoofdregel

 

Door de gebruiker mag in zijn algemene voorwaarden worden opgenomen dat: er uitsluiting (exoneratiebeding) van alle aansprakelijkheid en dientengevolge betaling van schade is, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid zijdens de gebruiker van de voorwaarden.

Dit zal uiteraard met zoveel bewoordingen in het contract en algemene voorwaarden duidelijk naar voren moeten komen.

 

Verder zullen onder andere de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen bij de vraag of een dergelijke totale aansprakelijkheidsuitsluiting onredelijk bezwarend voor de wederpartij is ja dan nee:

 

-of het exoneratiebeding deel uitmaakt van een (uitonderhandeld) contract of enkel van de (standaard) algemene voorwaarden

(partijen moeten expliciet akkoord zijn gegaan);

-de hoedanigheid van de wederpartij en diens bekendheid met het hanteren van algemene voorwaarden;

-de mate waarin de aansprakelijkheid is beperkt;

-de mate waarin de exonerant (de gebruiker van het exoneratiebeding) is tekortgeschoten.

 

Rechtspraak

 

Uit de rechtspraak kan worden afgeleid dat met name:

 

-de hoedanigheid van partijen als ondernemers die veelal eerder (soort)gelijke transacties hebben gesloten en

de aanwezigheid van (een zekere mate) van bekendheid met en gebruik van dergelijke exoneraties (binnen de eigen branche) in algemene voorwaarden

 

Voor partijen veelal wederzijds de consequentie met zich mee brengt dat zij zich niet op het in hun algemene

voorwaarden opgenomen exoneratiebeding kunnen beroepen

 

Is er bij voorbeeld sprake van grote mate van tekortkomingen zijdens de gebruiker, wordt alle aansprakelijkheid

uitgesloten en is er geen bekendheid met het beding, dan is er veel kans dat een dergelijk beding door de rechter als onredelijk bezwarend zal worden aangemerkt en dus worden vernietigd. De gebruiker kan in dat geval zich niet meer op uitsluiting van aansprakelijkheid beroepen.

 

Bewijslast van het onredelijk bezwarend exoneratiebeding bij B2B

 

Een door de gebruiker gehanteerd beding van uitsluiting van aansprakelijkheid (exoneratiebeding) in zijn

algemene voorwaarden is vernietigbaar indien genoemde omstandigheden in zijn geheel nopen tot het oordeel dat

deze onredelijk bezwarend is voor zijn wederpartij.

In beginsel is het beding dus geldig, tenzij de wederpartij de onredelijkheid (vernietigbaarheid) ervan inroept.

Dit geldt alleen tussen ondernemers onderling.

Er zijn in het recht tussen ondernemers onderling geen juridisch ‘zwakkere’ partijen aan te wijzen; daarom worden

zij beide juridisch bekwaam geacht en verdient de ene partij t.o.v. de andere partij niet meer bescherming.

 

Dit is een belangrijk verschil met de hieronder weergegeven uitleg omtrent de ondernemer die zaken doet met een

particulier (B2C). Hier is het juist de particuliere partij die beschermt wordt.

 

 

Uitsluiting aansprakelijkheid (exoneratiebeding) door ondernemer in algemene voorwaarden 
jegens wederpartij de consument (B2C)

 

Hoofdregel

 

Bij consumentenovereenkomsten (en in sommige gevallen ook bij overeenkomsten met kleine ondernemers) geldt

dat een beding in algemene voorwaarden waarin aansprakelijkheid wordt uitgesloten of beperkt een zogeheten grijs beding is:

het wordt vermoed onredelijk bezwarend, en dus vernietigbaar te zijn.

Tenzij de gebruiker(opdrachtnemer, verkoper, etc.) aannemelijk kan maken dat het beding in de gegeven omstandigheden niet onredelijk is.

 

Rechtspraak

 

De consument wordt in tal van wetgeving beschermd. Daar waar de ondernemer zelf maar voor het bewijs moet zorgen,

wordt de consument veelal een juridisch handje geholpen. Ook kleine ondernemers (zzp, eenmanszaak) die buiten hun eigen bedrijfsactiviteiten om handelt in persoon en een transactie sluit die elk andere particuliere ook zou kunnen sluiten wordt

in sommige gevallen met een consument gelijkgesteld.

 

Een ondernemer zal bij voorbeeld net als een particulier dezelfde rechten willen ontlenen als hij een telefoonabonnement of een energieovereenkomst afsluit. In die gevallen kan ook die kleine ondernemer zich als particulier opwerpen en zo meer rechten kan ontlenen in de strijd tegen uitsluiting van aansprakelijkheid.

 

Bewijslast van het onredelijk bezwarend exoneratiebeding bij B2C

 

De particulier wordt door het recht een handje geholpen nu hij als ‘juridisch’ zwakkere partij wordt aangemerkt.

Elke aansprakelijkheid die wordt uitgesloten of beperkt wordt vermoed (grijze lijst algemene voorwaarden) onredelijk

bezwarend te zijn. Hier komt de wetgever met een rechtsvermoeden.

Zij gaat daar op voorhand vanuit, zodat de bewijslast niet bij consument ligt,

maar bij de gebruiker (ondernemer) om het tegendeel te bewijzen.

Ja beding is vernietigbaar, tenzij het wordt weerlegd door de gebruiker.

 

 

Conclusies

 

In zowel transacties tussen B2B en B2C is een onredelijk bezwarend beding ten allen tijde wel geldig.

De vernietigbaarheid moet wel altijd door de wederpartij worden ingeroepen om het beding terzijde te kunnen schuiven.

 

Bij B2C is het beding per definitie vernietigbaar wanneer de aansprakelijkheid wordt beperkt.

De gebruiker/ondernemer moet aantonen dat het beding niet onredelijk bezwarend is.

De consument wordt hier bewijstechnisch op voorsprong geplaatst door het rechtsvermoeden dat het

beding vermoedelijk onredelijk bezwarend is.

Ja onredelijk, tenzij…

 

Bij B2B wordt per definitie uitgegaan van de geldigheid van het beding en wordt niet de ene partij boven de ander

geholpen met een rechtsvermoeden dat het beding op voorhand ongeldig zou zijn.

Deze gelijkwaardigheid zie je ook terugkomen in het leveren van bewijs.

Degene die beweert en stelt dat het beding onredelijk is, zal dit moeten bewijzen.

Niet onredelijk, tenzij…

 

 

De directie die aansprakelijkheid wegwuift

 

Dit is nonsens. Het bordje is een farce.

Deze uitsluiting wordt vaak gebruikt in openbare ruimtes van café, theater of saunacomplex.

Het heeft in beginsel niets van doen met een persoonlijk contract wat u met de uitbater of betreffende beheerder heeft gesloten.

Daar komt bij dat de beheerder of uitbater een maatschappelijke zorgplicht als ondernemer heeft om te zorgen voor

adequate beveiliging en de bezoeker in die zien behoort te beschermen tegen minder positiever krachten.

Dit geldt dus niet alleen voor deugdelijkheid van juiste vergunningen, juiste constructie van een veilig gebouw, dit geldt ook

voor hygiëne en veiligheid van bezoekers en diens eigendommen.

 

Juridisch gezien is het ophangen van een dergelijk bordje een dode letter; wel kunt u de woorden preventief opvatten.

Ook als bezoeker kun je in die zin ‘meedenken’ om je spullen eerst op te ruimen, bij je te houden en te vergrendelen.

Diefstal wordt dan bij voorbeeld al een stuk lastiger. Er wordt dan ook een moreel appèl op u gedaan.

De uitbater of beheerder zal altijd moeten aantonen of hij zijn maatschappelijke zorgplicht is nagekomen.

Juridisch gezien rust op hem de bewijslast. Hij kan bij diefstal van eigendommen dan ook gewoon worden aangesproken

op grond van onrechtmatig handelen jegens de bezoeker.

 

 

Advies

 

Maak het contract compleet en leg duidelijk afspraken vast. Verwijs in het contract, opdrachtbevestiging of

concept overeenkomst altijd naar je AV! Ook in het uiteindelijke contract noem de AV!

Leg niet alleen de aansprakelijkheid vast, anders krijgt het contract een overkill aan mitsen en maren.

Leg vooral ook de wijze van zakendoen vast, de prijs, het product of dienst, termijnen, etc.

En vooral zorg voor een consistent herhalen van de AV in het contract en eerder communiceren tussen gebruiker en wederpartij.

Je kunt niet duidelijk genoeg zijn als het om algemene voorwaarden gaat.

 

 

Vragen, juridisch advies nodig?

 

Wij stellen uw voorwaarden op, checken deze zo nodig of passen ze aan.

Neem contact met ons op via de site: www.bergajuridisch.nl of mail ons: info@bergajuridisch.nl

 

Transitievergoeding bij opzegging en bij wederzijds goedvinden

 

 

(on)Vrijwillig vertrek en transitievergoeding

 

Wanneer een werknemer bij een werkgever weg wil en met de werkgever hiertoe tot overeenstemming komt is er

formeel geen sprake van opzegging. Alleen bij opzegging heeft de werknemer formeel recht (en is de werkgever formeel

verplicht tot verstrekken van een) op een transitievergoeding. Er is echter nog een andere route voor verkrijging van deze

vergoeding.

 

Opzegging

 

Sinds 1 juli van dit jaar heeft de werkgever echter de mogelijkheid om het contract op te zeggen en dat de werknemer

daar schriftelijk mee dient in stemmen. Kantonrechter en UWV komen er dan niet aan te pas. In dit geval is de werkgever

verplicht (als de arbeidsjaren meer dan 2 bedragen) de werknemer te voorzien van een transitievergoeding.

 

In de praktijk is het de werknemer die het er vaak niet mee eens is, niet tekent en waardoor partijen vaak langdurig in het

ontslagtraject komen. Deze opzegging wordt doorgaans niet in de vorm van een vaststellingsovereenkomst vastgelegd,

maar kan wel als maar duidelijk de opzegging en de onvrijwilligheid zijdens de werknemer hiertoe uit de verf komen.

Bij onduidelijheid zou de rechter de overeenkomst anders wel eens aan kunnen merken als een beëindiging

met wederzijds goedvinden.

 

Vaststellingsovereenkomst

 

Partijen die besluiten op basis van wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan, leggen dit vaak vast in

een vaststellingsovereenkomst. Dit wordt in de praktijk vaan gedaan om hierdoor het recht op WW veilig te stellen.

Immers, er is op deze wijze geen sprake van onvrijwillig vertrek van de werknemer en hierdoor is niet ontslaggrond

van toepassing. Feitelijk zou er uiteraard wel sprake kunnen zijn van een onvrijwillig vertrek.

Kiezen voor een vaststellingsovereenkomst biedt partijen voordelen.

 

Voordelen partijen

 

Voor de werknemer: hij krijgt vaak een hogere ontslagvergoeding mee als het in het geval sprake zou zijn geweest van een

opzegging door de werkgever. Hij ziet meteen waar hij aan toe is en nog mooier: zijn WW wordt hiermee veilig gesteld.

WW is alleen van toepassing op onvrijwillig ontslag, dat is dit niet. Nogmaals feitelijk kan de situatie tussen partijen wel

zo zijn, maar wat geldt en wat alleen telt is de formele afspraak tussen partijen.

Voor de werkgever: scheelt het veel kosten die veelal gemoeid zijn met een ontslag bij de rechter en de eerdere tijd die

gemoeid is met de aanvraag van een ontslagtoestemming van het UWV.

 

De praktijk en de vaststellingsovereenkomst

 

Vanwege deze kosten en de rompslomp kiezen partijen er tegenwoordig vaker voor om een vaststellingsovereenkomst

op te stellen en met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan.

De werkgever die veelal kosten en tijd wil bespaart met deze uitkomst dient de werknemer hiertoe wel een

tegenprestatie te leveren. De werknemer is immers te allen tijden bevoegd om de breuk toch voor de rechter te

leggen als hij niet expliciet voor de wederzijds goedvinden-variant. Hij heeft dus een grote onderhandelingsruimte.

Alsdan blijft hij recht houden op de transitievergoeding en kan deze altijd nog rechtens afdwingen.

 

Beide partijen hebben er echter baat bij formeel te kiezen voor de wederzijds goedvinden-variant,

ook al zou feitelijk sprake zijn van een aanvankelijk onvrijwillig vertrek (zoals opzegging).

Pogingen van de werkgever zullen er dus op gericht zijn om alles af te kunnen ronden in deze vaststellingsovereenkomst.

 

Hogere vergoeding

 

Alle voordelen voor de werkgever nopen de werkgever om de werknemer een aantrekkelijk aanbod te doen.

Dit wordt vaak gedaan met een voorstel richting de werknemer om een hogere transitievergoeding aan te bieden

dan die door de kantonrechter zou zijn vastgesteld.  Hier wordt dan dus de grotere onderhandelingspositie van de werknemer ingelost en zo voorkomen dat de werknemer alsnog de zaak voor de rechter wil laten komen.

 

 

 

Vragen of juridisch advies nodig?

 

Laat het ons weten via:

www.bergajuridisch.nl

info@bergajuridisch.nl

 

Min/max contract en het rechtsvermoeden

 

In deze zaak had een werkneemster een min/max-contract van 16 tot 32 uur. In 2013 en 2014 werkte zij gemiddeld 29 uur

per week. Vanaf het moment dat zij arbeidsongeschikt raakte, betaalde haar werkgever haar slechts uit voor het minimum van

16 uur per week. Hoewel tot voor kort werd gedacht dat het rechtsvermoeden alleen bij de flexibele nul-urencontracten

kon worden ingeroepen, moet thans worden vastgesteld dat ook bij een min/max-contract een beroep op het rechtsvermoeden

kansrijk is.

 

 

 

Min/max

 

Bij een *min/max-contract is in feite sprake van een gedeeltelijke deeltijdovereenkomst voor het miniminum aantal

arbeidsuren waar de werknemer loon over dient te verkrijgen; de zgn. garantie-uren. Het andere deel – de meerdere uren –

kan worden aangemerkt als een oproepcontract.

 

Rechtsvermoeden

 

Wanneer een werknemer voor meer dan drie maanden iedere week of voor 20 uur per maand werkt, wordt vermoed dat het

gaat om een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610a van het Burgerlijk Wetboek). Het kan worden ingeroepen als zich

onduidelijkheden voordoen tav de omvang van de feitelijk hogere gewerkte en de bedongen minimale arbeidsuren.

De werknemer wordt hierbij ontheven van bewijs daarvoor. Het vermoeden wordt hier dan als juridisch feit aangenomen om

te spreken van een arbeidsovereenkomst.

Dit vermoeden is weerlegbaar door de werkgever.

ten behoeve ander tegen loon 3 maanden wekelijks of 20 uur per maand arbeid verrichten.

Feiten hierbij gepresenteerd van beide zijden zijn doorslaggevend: arbeid, loon, hoe lang gewerkt, waar en onder wiens gezag.

 

 

Vervolg casus

 

De werkneemster in deze casus deed een beroep op het rechtsvermoeden dat zij minstens 2 jaar lang 29 uur per week

arbeid verrichte, zodat zij recht had op doorbetaling van ziektegeld tot en met 29 uur ipv de 16 uur.

 

 

Rechtbank Noord-Nederland

 

Stelt vast (eerder ook al het Hof Arnhem-Leeuwarden) dat er sprake is van een structureel hogere arbeidsomvang dan de minimaal bedongen arbeidsuren.

Goedwerkgeverschap brengt in dit geval dan met zich mee dat het minimaal overeengekomen aantal arbeidsuren aangepast

dient te worden aan de feitelijke situatie, zodat werkneemster in het min/max contract recht zou hebben op minimaal 29 uren.

 

Om de flexibiliteit van een dergelijk contract niet aan te tasten, (lees: de vrijheid van werkgever en werkneemster om aantal

uren ter vrije keuze en invulling bij partijen te laten) besluit de rechter er 5 uur af te halen, voor de reguliere

minimale arbeidsuren. Tijdens de arbeidsongeschiktheid echter, dient de werkgever de volle 29 uren te vergoeden.

Het beroep op het rechtsvermoeden slaagt dus.

  

Omvang van de arbeid

 

Voorgaande brengt dus met zich mee dat de werkgever goed moet nadenken welke afpraken er gemaakt worden met

de werknemer tav de omvang van de arbeid. Zo kan de werkgever zichzelf dus behoorlijk in de vingers snijden als het

gaat om een dergelijk rechtsvermoeden van meer uren.

De werknemer zou ik willen adviseren om in te zetten – zodra meer uren structureel worden gewerkt – op vastlegging

van een vast aantal uren die de werkelijke omvang benaderd.

Vraag uw werkgever gerust hierom of ga er (tijdelijk) over in gesprek met hem.

 

 

Vragen of juridisch advies nodig?

 

 

www.bergajuridisch.nl

info@bergajuridisch.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontrafeling stellingen Algemene Voorwaarden (3)

 

Regelmatig zien wij diverse beweringen en aannames over algemene voorwaarden voorbij komen die alles behalve

een juridische grondslag kennen, maar wél met overtuiging worden gepresenteerd.

Het tegendeel is ook waar: Sommige ervan zijn echter inhoudelijk zeer juist, maar laat de uitleg of

de motivering te wensen over.

 

Tijd om een aantal stellingen over Algemene Voorwaarden te ontrafelen en de juiste juridische vl(h)echting

erop los te laten.

 

Deze week:

 

 

Stelling 3

 

“Als ondernemer heb ik zojuist met een andere dienstverlener een overeenkomst van opdracht via internet gesloten.

Dit valt onder de zogenaamde zichttermijn van 14 dagen en binnen deze termijn kan ik het contract gewoon nog opzeggen.

 

 

Onze reactie

 

De stelling is onjuist.

De stellingen suggereert dat er sprake is van een zichttermijn van 14 dagen nu de overeenkomst via internet is gesloten

en dat deze binnen deze termijn opgezegd kan worden.

Twee foutieve redeneringen worden als feiten gepresenteerd:

 

1. Hier is sprake van bedrijf die zaken doet met een ander bedrijf: B2B.

De zichttermijn wordt door ondernemers gegeven aan consumenten en niet aan bedrijven inzake de Wet Koop op Afstand: B2C;

 

2. Daar het hier slechts om ondernemers gaat is deze wet niet van toepassing en kunnen daaraan geen rechten worden ontleend

door de ondernemer die in casu dacht van het contract af te kunnen.

 

Er is wel sprake van een koop op afstand, maar dan slechts tussen ondernemers/professionals.

De Wet Koop op Afstand is in het leven geroepen op de consument te beschermen, niet de ondernemer.

Die wordt geacht beter bekend te zijn met rechten en plichten als het om verkoop en koop gaat dan de consument.

Daarom wordt de ‘zwakkere’ consument beschermd. Deze beschermende bepalingen zie je o.a, ook terug in het huurrecht en het arbeidsrecht. Voor de ondernemer gelden de ‘normale’ wettelijke bepalingen uit boek 3,6 en 7 t.a.v. contractvormingen.

 

Let als ondernemer dus goed op als er sprake is van contractvorming. U handelt dan in hoedanigheid van een

een proffesional en niet met de pet van de consument op. Houdt daarmee rekening als u eigen voorwaarden laat samenstellen of te maken krijgt met die van de tegenpartij.

 

Vragen, juridisch advies nodig inzake algemene voorwaarden?

 

Laat het ons weten en wij gaan voor u aan de slag!

 

Laat zorg en onderwijs weer in overheidshanden komen

Weer in Overheidshanden: van Ontzorgstaat naar Verzorgingsstaat

 

Illustratief voorbeeld uit de zorg:

 

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) stelt dat een patiënt het recht heeft om zich te wenden tot de huisarts van

zijn keuze. Dat brengt met zich mee dat deze arts alle zorg waaraan een verzekerde behoefte heeft,

zal moeten mogen verrichten. Dit beginsel wordt gefrustreerd als een arts behandelingen niet in rekening mag brengen,

omdat hij geen contract heeft met een bepaalde verzekeraar.

 

Onwenselijk, administratieve rompslomp, bureaucratisch

 

Een web aan regels waarbij de patiënt vaak in het duister tast, laat staan de behandelaar in kwestie. 

Ik wil hier nog niet eens roeren in de problematische pap van:

van misstanden uit de gemeentelijk overgedragen zorgtaken, de problemen van de schoolfabrieken (ROC’s) en

niveauverlaging van opleidingen.

 

Overgeleverd aan marktwerking; een slechte zaak

 

De zorg en zorgverzekeringen als de budgetpolissen gaan al op de schop enenals vele onderdelen van het onderwijs.

Kleinere klassen lijkt weer interessant….Gek, volgens mij 10 jaar geleden ook al evenals het bijzonder onderwijs.

Zo de wind waait zo zit mijn jasje.

De grillen van politiek Den Haag, de waan van de dag en de peilig van het uur zorgen voor

spagaatvorming die de gemiddelde ambtenaar niet aan kan.

 

Terug naar af en de basis: Nederland weer Zorgstaat

 

Laat zorg en onderwijs niet alleen een passief sociaal grondrecht zijn, laat het ook weer tot elementaire overheidstaken verheven worden. Van Ontzorgstaat naar Zorgstaat, tenminste wat zorg en onderwijs betreft. Geen marktwerking,

geen commerciële input en geen uitbuiting meer loslatend op deze fragiele en meeste kwetsbare behoeften.

 

Tijd om het (neo) liberale discours te verlaten en urgentie voor meer sociale inbedding waarbij (tenminste)

zorg en onderwijs (weer) in staatshanden komt.

Lees meer over de uitspraak inzake de vrije artsenkeuze:

 

https://www.rechtspraak.nl/Organisatie/CBb/Nieuws/Pages/CBb-NZa-mag-vrije-huisartsenkeuze-niet-belemmeren.aspx

Ontrafeling Algemene Voorwaarden

 

Regelmatig zien wij diverse beweringen en aannames over algemene voorwaarden voorbij komen die alles behalve

een juridische grondslag kennen, maar wél met overtuiging worden gepresenteerd.

Het tegendeel is ook waar: Sommige ervan zijn echter inhoudelijk zeer juist, maar laat de uitleg of

de motivering te wensen over.

 

Tijd om een aantal stellingen over Algemene Voorwaarden te ontrafelen en de juiste juridische vl(h)echting

erop los te laten.

 

De komende 6 weken worden 6 stellingen tegen het licht gehouden.

 

Deze week: Ontrafeling van algemene voorwaarden

 

 

Stelling 2

 

“Ik heb mijn algemene voorwaarden goed ter hand gesteld,

nu ik in mijn schriftelijke offertes verwijs naar de algemene voorwaarden op mijn website.”

 

 

Onze reactie

 

Dit is een twijfel geval. Sinds de implementatie van de zogenoemde ‘Dienstenrichtlijn’ in de Nederlandse wet,

zit er wellicht een kern van waarheid deze stelling. Op grond deze richtlijn mogen dienstenverrichters de

algemene voorwaarden ter hand te stellen door deze ‘gemakkelijk elektronisch toegankelijk te hebben op een door

de dienstverrichter meegedeeld adres’.

Echter, over de uitwerking van deze richtlijn bestaat nog veel onduidelijkheid.

Wanneer zijn de algemene voorwaarden bijvoorbeeld gemakkelijk toegankelijk?

 

Wij raden u aan om voorlopig nog de algemene voorwaarden bij de offerte en opdrachtbevestiging – en tenminste

vóór ondertekening van welke contractuele verplichtingen ook – toe te voegen. Een verwijzing vóór elke ondertekening

is nog geen ter hand stelling, dus vergeet die laatste stap niet. Hierdoor bestaat geen ruimte meer voor discussie

met uw zakenpartner.

 

 

Vragen, juridisch advies nodig?

 

Neem contact met ons via de site: www.bergajuridisch.nl danwel via email: info@bergajuridisch.nl

Is het waar wat ‘ze’ zeggen over algemene voorwaarden?

 

Regelmatig zie ik diverse beweringen en aannames over algemene voorwaarden voorbij komen die alles behalve

juridische grondslag kennen, maar wel met overtuiging worden gepresenteerd.

Het tegendeel is ook waar: Sommige ervan zijn echter inhoudelijk zeer juist, maar laat de uitleg of

de motivering te wensen over.

 

Tijd voor een ontrafeling en een grote schoonmaak op het punt van de ontstane attitudes en fabels over algemene voorwaarden.

 

De komende 6 weken worden 6 stellingen tegen het licht gehouden en ontrafeld.

Deze week onze reactie op stelling 1 van vorige week.

 

algemene voorwaarden1

 

Onze reactie op stelling (1) vorige week:

 

“Ik verwijs op mijn website naar mijn algemene voorwaarden, dus ze zijn van toepassing.”

 

Onjuist.

Of u nou zaken doet via internet of vanuit een fysieke winkel, als aannemer, reparateur, inkoper voor een groothandel,
etc….U dient ten alle tijden aan 2 voorwaarden te voldoen bij (potentieel) zakendoen indien u uw algemene
voorwaarden rechtsgelding van toepassing kunt verklaren op de voorliggende (raam)overeenkomst:
1. U dient deze van toepassing te verklaren in uw offerte of opdrachtbevestiging;
2. U dient deze vervolgens vóór of tijdens ondertekening van het onderliggende contract (fysiek of digitaal) ter hand te stellen.
Ervan uitgaande dat u zich aan het 1e vereiste hebt gehouden, dan voldoet u nog niet aan het 2e vereiste door slechts te
verwijzen naar uw website of naar een ander kanaal/depot (kvk). Uw opdrachtgever, inkoper, afnemer, etc. kan zich
dan beroepen op het feit dat deze niet aan hem ‘ter hand zijn gesteld’. 
Uitleg
Ter hand stellen
In de praktijk wordt er weliswaar vaak netjes door opdrachtnemer en opdrachtgever aan vereiste 1 voldaan.
Er wordt aan gerefereerd implicerende dat ze bestaan en ‘ergens’ te vinden zijn. Dat is dus wettelijk niet voldoende.
Om uw algemene voorwaarden daadwerkelijk van toepassing te laten verklaren op het onderliggende contract dient u
uw zakenpartner vóór of uiterlijk tijdens het ondertekenen te voorzien van een fysiek of digitaal exemplaar ervan.
Het gaat erom dat uw wederpartij tevoren kennis ervan heeft kunnen nemen en zich heeft kunnen vergewissen van de
zakelijke inhoud en risico’s m.b.t. het onderliggende contract.
Bewijsrisico verwijzen
Verwijzen is dus niet ter hand stellen. Feitelijk kan de wederpartij uiteraard altijd uw website tevoren raadplegen en/of heeft
u hem keurig verwezen naar uw depotstelling via KVK, danwel ze keurig met de offerte of opdrachtbevestiging  als opgestuurd.
Juridisch echter is dit niet sluitend. U loopt daarmee een bewijsrisico.
Soms echter gaat een wederpartij piepen, omdat ze niet ter hand zijn gesteld. Die ene klant die kwaad in de zin heeft, kan het u
erg lastig maken. Dat bleek ook uit onderstaande casus.
Casus

In de casus (zie vonnis) tussen Quantaris en een afnemer doet de rechter uitspraak over de ter hand stelling van de door

Quantaris gehanteerde Fenit-voorwaarden. In deze Fenit-voorwaarden staat namelijk een beperking van de aansprakelijkheid

voor Quantaris. In een eerdere uitspraak heeft de rechter reeds aangenomen, dat Quantaris tekort is geschoten.

De afnemer wil door hem geleden schade verhalen op Quantaris, maar Quantaris beroept zich op de aansprakelijkheidsbeperking

uit de Fenit-voorwaarden. Afnemer stelt dat de Fenit-voorwaarden niet juridisch correct ter hand zijn gesteld.

Quantaris stelt, dat de voorwaarden wel van toepassing zijn verklaard, door verwijzing naar de website.

De rechter heeft Quantaris de opdracht gegeven om te bewijzen dat de Fenit-voorwaarden inderdaad ten tijde van het sluiten

van de overeenkomst met afnemer op de website stonden. Quantaris probeert dit bewijs te leveren door het inbrengen van een

aantal getuigenverklaringen, DNS-gegevens en (ongedateerde) schermafdrukken.

De rechter oordeelt echter, dat het ingebrachte bewijs niet voldoende is om aan te nemen, dat de Fenit-voorwaarden inderdaad

tijdens het sluiten van de overeenkomst op de website van Quantaris stonden. De rechter stelt dan ook vast, dat het beroep van

de afnemer op vernietiging van de algemene voorwaarden slaagt en dat de aansprakelijkheidsbeperking niet van toepassing is.

Quantaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de geleden schade.

(bron: lees hier)

Vragen, juridisch advies nodig?
Laat het ons weten via onze site: www.bergajuridisch.nl of via ons mailadres: info@bergajuridisch.nl

Valt het doorzoeken van email van de ex-partner onder onrechtmatig verkregen bewijs?

 

Advocaten halen doorgaans alles uit de kast om hun cliënt zo goed mogelijk bij te staan.

Een enkeling zoekt daarbij echter de grenzen op. Zo heeft de Rechtbank Noord-Nederland zich recent gebogen

over de vraag of de e-mails die de vrouw zonder toestemming uit de mailbox van haar ex-partner heeft gevist, in

een procedure als bewijs mogen worden gebruikt. Wie vaak Amerikaanse rechtbankseries heeft gekeken roept

waarschijnlijk “nee”. Het Nederlands civiele recht werkt echter anders. Indien sprake is van onrechtmatig verkregen

bewijs, brengt dit nog niet automatisch mee dat dit ook als bewijsmiddel moet worden uitgesloten.

Lees hier over het doorzoeken van email ex

 

 

De kwestie

 

De vrouw in kwestie brak al jaren in op de privé e-mail van haar ex-partner.

Zij heeft daardoor kennis kunnen nemen van alle e-mailcorrespondentie die de man gevoerd heeft, waaronder vertrouwelijke correspondentie tussen de man en zijn advocaat en tussen de man en zijn accountant.

Volgens de vrouw blijkt uit deze e-mails dat de man bewust een onjuist beeld van zijn

inkomen geeft, zodat hij minder alimentatie hoeft te betalen.

Zij wenst deze e-mails dan ook als bewijsstukken in het geding te brengen.

De man maakt hiertegen echter bezwaar. Hij heeft de vrouw geen toestemming gegeven om in zijn – met een wachtwoord

beveiligde – privé e-mail te kijken. Volgens de man zijn de e-mails dan ook onrechtmatig verkregen en dienen zij uitgesloten

te worden van bewijs.

 

Het verdict

 

De rechtbank oordeelt dat de vrouw door haar handelwijze een inbreuk heeft gemaakt op het recht op privacy van de man.

De vraag of sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, kan volgens de rechtbank echter in het midden blijven.

Ook als dat zo is, kunnen de e-mails als bewijs worden toegelaten. De Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, heeft immers

al diverse keren geoordeeld dat het maatschappelijk belang van de waarheidsvinding  zwaarder weegt dan het belang van

uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs. Alleen indien sprake is van zeer bijzondere omstandigheden, is uitsluiting van

dat bewijs gerechtvaardigd. Dergelijke bijkomende omstandigheden heeft de man echter niet gesteld.

De vrouw mag de e-mails die zij zonder toestemming uit de mailbox van de man heeft gevist, dus als bewijs in het geding

brengen.

 

Gedragsrechterlijk

 

Het voorgaande betekent echter niet dat een advocaat zonder meer ieder door de cliënt aangereikt stuk in een procedure kan overleggen. Onder omstandigheden kan het overleggen van onrechtmatig verkregen bewijs namelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar

zijn. Zo mag een advocaat in beginsel geen correspondentie tussen de wederpartij en zijn advocaat overleggen vanwege

het strikt vertrouwelijke karakter daarvan. De wijze waarop de advocaat beschikking heeft verkregen over deze correspondentie

is daarbij niet van belang. Wel mag de advocaat dergelijke correspondentie overleggen als er in redelijkheid kan worden

geoordeeld dat daarmee de proceskansen van zijn eigen cliënt worden verhoogd.

 

Lees het vonnis van de Rechtbank Noord-Holland

 

 

Vragen, juridisch advies nodig?

 

www.bergajuridisch.nl/info@bergajuridisch.nl

 

Is het waar wat ‘ze’ zeggen over algemene voorwaarden?

 

Regelmatig zie ik diverse beweringen en aannames over algemene voorwaarden voorbij komen die alles behalve

juridische grondslag kennen, maar wel met overtuiging worden gepresenteerd.

Het tegendeel is ook waar: Sommige ervan zijn echter inhoudelijk zeer juist, maar laat de uitleg of

de motivering te wensen over.

 

Tijd voor een ontrafeling en een grote schoonmaak op het punt van de ontstane attitudes en fabels over algemene voorwaarden.

 

De komende 6 weken worden 6 stellingen tegen het licht gehouden en ontrafeld.

We trappen af met een bekende…

 

 

Stelling

 

 

 

“Ik verwijs op mijn website naar mijn algemene voorwaarden, dus ze zijn van toepassing.”

 

 

 

algemene voorwaarden1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees volgende week hier onze reactie.

 

Contact


BERGA juridische diensten

voor

particulieren & ondernemers

diensten

persoonlijke diensten

telefonische diensten

online diensten

juridische terreinen

civiele recht

bestuursrecht

strafrecht

bereikbaarheid

contactformulier (bericht/maken afspraak)

bestelformulier (telefon./online diensten)

info@bergajuridisch.nl

06-36331675 (van 9.00 tot 17.00 uur)



ContactformulierBestelformulier