loader

Aansprakelijkheidsrecht & schadevergoeding

Aansprakelijkheid 

Als we het over aansprakelijkheid hebben, dan spreken we over iemand die met (schuldaansprakelijk door foutief handelen) of zonder schuld (risico-aansprakelijk) verantwoordelijk kan worden gehouden voor een gebeurtenis waaruit schade is voortgekomen.  Deze persoon is dan verantwoordelijk voor herstel en vergoeding van die schade. De aansprakelijkgestelde dient dan de schade te vergoeden die de schadelijdende partij lijdt. Alle facetten binnen dit aansprakelijkheidsproces noemen we het aansprakelijkheidsrecht. Niet alleen personen, maar ook ondernemingen en (non-gouvernementele) organisaties kunnen aansprakelijk gesteld worden. Wanneer gesproken wordt over ‘iemand’ wordt uitdrukkelijk elke (rechts)persoon mee gedoeld.

Aansprakelijkheidsrecht 

Wanneer iemand aansprakelijk is voor de bij een ander veroorzaakte schade zal hij te maken krijgen met het aansprakelijkheidsrecht. Dit recht geeft rechtsregels over wanneer iemand of een organisatie aansprakelijk is, wie wel of niet aansprakelijk te stellen is, tot wanneer iemand aansprakelijk is te stellen, wat de gevolgen van aansprakelijkstelling zijn, of iemand verwijtbaar heeft gehandeld, zo ja, in welke mate en of en wel of niet sprake is van een causale relatie met de daaruit voortkomende schade. Vele aansprakelijkheidsvormen kunnen door een (directe) schadeverzekering afgedekt worden. Het vaststellen van de omvang, aard en ernst van de geleden schade vormt een wezenlijk onderdeel van het aansprakelijkheidsrecht. Er zijn vele vormen van aansprakelijkheid.

We geven hiervan enkele voorbeelden. 

Soorten aansprakelijkheid 

Wettelijke aansprakelijkheid 

Stel u veroorzaakt een verkeersongeval, omdat u te hard hebt gereden en u een voetganger van 14 jaar of ouder heeft geraakt. Op basis van de wet bent u dan verantwoordelijk voor de gevolgen die daarbij ontstaan. Wanneer het ongeval u kan worden toegerekend, met andere woorden, dat u persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt, dan bent u hiervoor aansprakelijk, tenzij er sprake is van overmacht. De wet maakt onderscheid tussen fietsers en voetgangers jonger en ouder dan 14 jaar. Wettelijke aansprakelijkheid is dus aansprakelijkheid op basis van de wet, omdat de wet daar gevolgen aan verbindt, zeg maar verbintenissen, plichten in het leven roept voor degene die een ongeval veroorzaakt. Veelal gebeurt dit op basis van een onrechtmatige daad ex artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW). Wanneer onrechtmatig is gehandeld en er treedt schade op, dan dient gekeken te worden of aan alle voorwaarden van dat artikel is voldaan. Gaat het om verkeersdeelnemers, dan wordt eveneens of in plaats daarvan gekeken naar de Wegenverkeerswet (WVW).

Overmacht bewijzen is vaak een lastige opgave voor de bestuurder. Slaagt hij hierin, dan hoeft hij geen schade te vergoeden. Is er schade berokkend aan een fietser of voetganger van 14 of ouder, dan betekent dit in de meeste gevallen dat een automobilist (of elk ander gemotoriseerd voertuig) tenminste 50% en maximaal 100% van deze schade dient te vergoeden. Dit geldt evenzeer wanneer de fietser of voetganger schuld heeft aan het ongeval. Ook in dat geval kan hij soms rekenen op een vergoeding van tenminste 50% van zijn schade. Als automobilist is het dus goed uitkijken geblazen en dien je te realiseren dat je vooral in de bebouwde kom juridisch kwetsbaar bent ten opzichte van niet gemotoriseerd verkeerd. Hiermee wordt de zwakkere verkeersdeelnemer tegen het sterkere gemotoriseerde verkeer beschermd. Een en ander wordt beschreven in artikel 185 van de WVW.

Het hangt o.a. af van de aard, ernst, complexiteit en alle omstandigheden van het geval, zoals weersomstandigheden, de ernst van de verkeersovertreding, de mate van letsel, of partijen wel of niet zijn verzekerd. Verzekeraars passen dan de billijkheidscorrectie toe. Hierdoor worden deze factoren allen meegewogen in een soort van redelijk ‘eindoordeel’. Het kan daarbij ook het geval zijn dat uiteindelijk de conclusie moet zijn dat de voetganger zich dermate roekeloos heeft gedragen, dat sprake zou zijn van opzettelijk handelen. Als de automobilist dit kan aantonen hoeft hij helemaal niets te betalen. Echter, bewijstechnisch is dit veelal niet hard te maken en daarmee trekt een automobilist dus veelal aan het kortste eind. Is er sprake van ‘normale eigen schuld’, dus zonder dat er sprake is van bewijsbaar opzettelijk handelen, dan heeft hij in de meeste gevallen recht op een schadevergoeding die hoger ligt dan 50%. Het uiteindelijke percentage is dus afhankelijk van hiervoor genoemde factoren, zoals de ernst, mate van verwijtbar gedrag van verkeersdeelnemers, aard en andere omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden. Met de billijkheidscorrectie wordt daarmee beoogt een billijk en redelijk percentage te verkrijgen wat de automobilist de voetganger aan diens schade dient te vergoeden.

Stel dat de voetganger ernstig letsel aan het ongeval overhoudt en de automobilist nagenoeg niets te verwijten viel en de voetganger zelf gewoon niet heeft uitgekeken dan is hij toch voor tenminste 50% aansprakelijk voor dienst schade. Wegens de ernst van het letsel kan een rechter (of verzekeraar) besluiten om toch een hoger percentage dan 50% te vergoeden. Dit vanwege de factor ‘letsel’ die dan zwaar zal meetellen in de billijkheidscorrectie.

Stel dat er sprake is van een jongere fietser of voetganger (jonger dan 14 jaar), dan geldt dat uitgangspunt is dat de automobilist de volledige schade dient te vergoeden, tenzij sprake is van aantoonbaar opzettelijk gedrag van de fietser of voetganger.

Contractuele aansprakelijkheid

Het niet nakomen van een contractuele afspraak levert veelal een tekortkoming van de tekortschietende contractspartij jegens de andere contractspartij op. Of dat zo is, hangt niet af van de wet (wettelijke aansprakelijkheid), maar van de inhoud van het contract en veelal daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden.

Worden afspraken niet, niet tijdig of niet conform contractuele bepalingen uitgevoerd, dan spreken van een wanprestratie, een gebrek of tekortkoming op basis van de overeenkomst, zoals neergelegd is in artikel 6:74 BW. Als de andere contractspartij daardoor schade heeft geleden, dient de tekortschietende contractspartijn diens schade te vergoeden, tenzij sprake is van een rechtvaardigingsgrond of een schulduitsluitingsgrond.

Schadevergoeding kan pas worden gevorderd wanneer de tekorschietende contractspartij ingebreke is gesteld, dit is zegmaar een formele sommering om alsnog in een laatste termijn na te komen. Laat hij ook deze termijn ongebruikt voorbij gaan, dan is iemand in verzuim. Vanaf dat moment kan de schadelijdende contractspartij zijn wettelijke rechten, waaronder schadevergoeding en wettelijke rente, vorderen van zijn wederpartij. Afhankelijk van de reeds geraliseerde werkzaamheden van het contract, kan de schadelijdende contractspartij operen voor een (gedeeltelijke) ontbinding, opzegging of vervangende schadevergoeding. Het feit dat een contractspartij zich niet houdt aan een contract, wil niet zeggen dat er direct schade is ontstaan. Dit kan wel het geval zijn, als er bijvoorbeeld niet tijdig is geleverd, zoals drank aan een cafehouder, waardoor hij geen dranken aan zijn gasten kan serveren. Hij lijdt dan direct materiële schade. Anders is bijvoorbeeld het geval wanneer iemand geen directe schade heeft geleden, maar wel recht heeft op een schadevergoeding wegens het niet tijdig of niet volledig leveren van de afgesproken hoeveelheid drank. De schadevergoeding is dan gebaseerd op het feit dat een compensatie kan worden geboden voor het feit dat niet tijdig en/of volledig conform het contract is geleverd. We spreken dan over een vervangende schadevergoeding. Ontbinding (beëindiging) van het contract en schadevergoeding komt ook voor. Dit hangt ondermeer sterk af van de wensen van beide contractspartijen en het voordeel wat iemand daarmee beoogt te verkrijgen.

Zoals bij wettelijke aansprakelijkheid al even ter sprake kwam, dient ook bij contractuele aansprakelijkheid sprake te zijn van verwijtbaarheid. Kan een gedraging, een tekortkoming, iemand niet worden verweten, dan kan hem deze in veel gevallen ook niet worden toegerekend in persoon. Artikel 6:75 zegt dan dat een tekortkoming niet kan worden toegerekend. Als dat zo is, is de tekortschietende weliswaar tekortgeschoten, maar valt hem dit niet te verwijten, zoals ingeval van overmacht. In veel gevallen laten algemene voorwaarden dan vaak zien in welke mate er tevens geen aansprakelijkheid kan worden geclaimd of wanneer deze in bepaalde gevallen wordt beperkt. Vaak zijn dit exoneratiebedingen, bepalingen op basis waarvan claims niet of beperkt mogelijk zijn.

Beroepsaansprakelijkheid 

Dit type aansprakelijkheid gaat over fouten die binnen het kader van een beroep  voorkomen, zoals een onjuist uitgebracht advies, verkeerd opgemaakt contract, plan, ontwerp of diagnose. De opdrachtgever of cliënt kan dan de beroepsbeoefenaar (het verantwoordelijke bedrijf) aansprakelijk stellen voor opgelopen financiële schade. Ook als een medewerker van een bedrijf een fout heeft gemaakt in bij voorbeeld een verkeerd uitgebracht advies, kan het bedrijf aansprakelijk gesteld worden. Je kunt ook denken aan het medisch niet juist uitvoeren van een medische behandeling door een specialist. Er is dan sprake van medisch onjuist handelen die verwijtbaar en dus toerekenbaar is. Naast schending van de medische behandeling is er dan veel sprake van een schending van de overeenkomst van opdracht, binnen welke de medische behandeling is uitgevoerd. Criterum hiervoor is dan of de arts heeft gehandeld als een goed zorgverlener betaamd. Heeft de specialist de behandeling niet conform uitgevoerd, dan is sprake van een schending van diens zorgplicht. Zo kennen we ook op grond van 6:162, schending van een maatschappelijke zorgplicht van een onderneming of organisatie als deze iets heeft gedaan of nagelaten terwijl zij op basis van ongeschreven regels in bepaald geval had moeten ingrijpen of iets had moeten laten.

Bij beroepen denken we al snel aan een arts, of advocaat, maar denk ook aan een accountant. De ondergrens voor een mogelijke aansprakelijkheid ligt in de norm van de wijze waarop de beroepsbeoefenaar hij of zij de werkzaamhden heeft uitgevoerd. Deze houdt in, dat van een beroepsbeoefenaar verwacht mag worden dat deze handelt en wekzaamheden verricht, zoals van een redelijk handelend vergelijkbare beroepsbeoefenaar mag worden verwacht. Hierbij wordt o.a. gekeken naar binnen de branche geldende normen.

Hoe beperk of voorkom je beroepsfouten?

 

Werkgeversaansprakelijheid 

Van dit type aansprakelijkheid is sprake als een bedrijf als werkgever verantwoordelijk wordt gehouden voor gedragingen van zijn medewerkers of door hem ingeschakelde hulpversonen. Het is zelfs zo dat als je particlier bent en schakelt een schilder in om de muren en plafonds in de woning te schilderen en de schilder valt en struikelt over opbjecten in de woning, dat je dan als particilier aansprakelijk gesteld kan worden door de schilder. Dit op basis van het feit dat de schilder tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden, dus binnen de aan hem verstrekte opdracht, ten val komt.

Overheidsaansprakelijkheid 

De overheid kan ook aansprakelijk zijn voor door hem aan de burger toegebrachte schade. Denk bij voorbeeld aan het feit dat een verdachte te lang of onschuldig in voorrarrest heeft gezeten. Hij kan dan bij een rechter verzoek indienen voor schadevergoeding. Maar je kunt ook denken aan het verkeerd of te laat informeren van burgers, ondanks eerdere toezeggingen daartoe. In al deze gevallen spreken we van een onrechtmatige overheidsdaad. Er bestaat ook nog zoiets als een rechtmatige overheidsdaad waarbij schade ontstaat: de overheid die rechtmatig handelt door bijvoorbeeld wegen aanlegt op basis van een vergunning, maar waarbij direct omwonenden schade ondervinden wegens afbreuk van natuur of waarbij inbreuk wordt gemaakt op het zichtcriterium, het vrije ongestoorde uitzicht, of dat daarbij niet heeft gedacht aan het bouwen van genoeg parkeerplekken bij een door een gemeente uitgevoerd gewijzigd bestemmingsplan. De burger kan in die gevallen opkomen tegen dergeljke besluiten als hij zgn. planschade heeft. Schade door rechtmatig overheidsoptreden. De Wet op de Ruimtelijke Ordening voorziet hierin.

Bestuursaansprakelijkheid 

Steeds vaker en sneller kan een bestuurder van een ondernemer aansprakelijk worden gesteld. Normen hiervoor vind je o.a. in artikel 2:9, 11, 6:162, 2:248 en 2:138 BW. De lat hiervoor ligt nog wel relatief hoger dan bij ‘gewone’ aansprakelijkheid. Grondslag voor aansprakelijkheid is o.a. dat hij zijn taak onbehoorlijk heeft uitgeoefend. Vermoed wordt dat dit het geval is, als hij als  bestuurder niet heeft voldaan aan zijn administratieve verplichtingen ex artikel 2:10 BW. Ook gedacht worden aan het niet op juiste wijze publiceren van de jaarrekening op basis van artikel 2:394 BW. De lat voor aansprakelijkheid ligt hoog, omdat een bestuurder in beginsel zich vrij en achtief moet kunnen ‘bewegen’ en handelen binnen een onderneming. Dat alleen wanneer er sprake is van een grote mate van zelfstandige beoordelings- beleidsvrijheid. Dit is dus inherent aan het feit dat een bestuurder een onderneming ten volle in maatschappelijk opzicht moet kunnen  besturen.

Bankaansprakelijkheid of aansprakelijkheid van banken

Ook banken kunnen net als specialisten in een ziekenhuis te maken krijgen met een schending van haar zorgplicht jegens haar klanten. Bijvoorbeeld door haar klanten niet of niet volledig te informeren over bepaalde gewijzigde hypotheekvoorwaarden.

Bijzondere vormen van aansprakelijkheid 

Naast deze veel voorkomende aansprakelijkheidsvormen, kunnen er nog een aantal bijzondere vormen van aansprakelijkheid voor, zoals aansprakelijkheid voor beroepszieken, dieren, opstal, producten, verkeersongevallen, ongevallen in de sport en ongevallen in de luchtvaart.

De kern van aansprakelijkheid bestaat uit het hebben en claimen van schade.

We geven enkele voorbeelden van veelvoorkomende soorten schade.

Soorten schade 

Schade en schadevergoedingen kunnen we grofweg indelen in materiële directe en indirecte vermogenschade en vergoedingen. Daarnaast kunnen we schade definiëren in termen van immateriële schade en vergoedingen.

Directe vermogensschade: zaakschade 

De schade toegebracht aan roerende of onroerende goederen, zoals een woning, fiets of auto noemen we directe schade. Het gaat om schade aan zaken die fysiek waarneembeer en tastbaar zijn. De schade is meestal ook direct waarneembaar, zoals een ingeslagen ruit, een beschadiging aan een dakpan of schade aan een fiets. Maar je kunt ook denken aan schade in de woning, zoals een kapot beeldscherm van je laptop, een scheur in het doek van je favoriete schilderij of de kras op je smartphone.

In het consumentenrecht is een grote rol weggelegd voor aankoop van roerende zaken, zoals een koelkast. Als een aangekochte en eenmaal afgeleverde koelkast niet beantwoordt aan de eisen die een consument daaraan mag stellen voor een normaal gebruik ervan, dan beantwoordt de koelkast in feite niet aan de verwachtingen die hij daarvan heeft. Er is dan sprake van een tekortkoming in het geleverde, omdat het product niet voldoet aan de eigenschappen die het wel zou moeten hebben (ex artikel 7:17 BW).

Schade aan een zaak is meestal het gevolg van een directe beschadiging van een zaak. Ook kan sprake zin van een total-loss verklaring van een auto.

Herstel van de zaakschade komt meestal tot uiting in de vorm van reparatie of vervanging. Daalt een zaak in waarde vanwege een schade, dan is deze waardedaling meestal ook onder de noemer schade te brengen.

Indirecte vermogensschade: afgeleide schade van een directe schadeoorzaak

Naast zaakschade (directe vermogenschade) is er indirecte vermogensschade. Vermogensschade is indirect waneer de daaruitvoortvloeiende schade indirect kan worden afgeleid van de directe zaakschade. Voorbeeld: een bedrijf wat in vlammen op gaat. De directe (vermogens of) zaakschade is het in vlammen gevatte pand. De indirecte (vermogens)schade kunnen bijvoorbeeld zijn: de voor de ondernemer gederfde omzet en winst, inkomensverlies, vertagingsschade (levering producten), gevolgschade (zoals bereddingskosten, schade door inzet van bereddingsmiddelen). In al deze voorbeelden gaat het om objectieve vast te stellen schade, zij het direct of inidirect. We spreken in dat geval ook wel van materiële vermogensschade als tegenhanger van de immateriële vermogenschade.

Immateriële schade of vergoeding: alle schade of vergoeding buiten vermogenschade om

Een immateriële vermogensschade of vergoeding is niet objectief vast te stellen (of te berekenen). Voorbeeld: smartengeld en affectieschade. Deze wordt aan de hand van intrinsiek bepaalde factoren vastgesteld, zoals de impact van een ongeval op nabestaanden, de aard van het ongeval, complexiteit van nodige zorg of behandeling, mate waar in het slachtoffer getuige is geweest van eens strafbaar feit en de relatie die iemand had of heeft met het slachoffer.

Schade door beroepsfout 

Als je als notaris of arts een fout maakt in de werkzaamheden voor je cliënt resp. patiënt en het blijkt te gaan om een toerekenbare fout, zoals een verkeerd opgemaakte akte of een medische verwijtbare fout, dan is de notaris en arts hiervoor aansprakelijk. Veelal zal er in die gevallen sprake zijn van bij de cliënt ontstane schade. Ander voorbeelden van schade door beroepsfouten zijn: verkeerd opgemaakt accountsrapport en een onjuiste taxatie door een makelaar. Er kan daardoor verlies van inkomsten geleden worden, of er onstaan medische herstelkosten als gevolg van een verkeerd uitgevoerde operatie.

Dergelijke beroepsgroepen verzekeren zich meestal met een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV). 

Letselschade 

Schade aan een persoon noemen we medische schade of letselschade.

Voorbeelden hiervan zijn: letsel als gevolg van een verkeersongeluk, medische fout, strafbaar feit (schietpartij) en schade veroorzaakt tijdens je werk (bij je werkgever of thuis). Het gaat zowel om materiële als immateriele schade die jegens de veroorzaker geclaimd kan worden. Opgelopen schade en redelijk gemaakte kosten om deze schade vast te (laten) stellen, of hierbij ingehuurde rechtsbijstand komen hiervoor in aanmerking. 

Toepassingen & voorbeelden

Hieronder noemen wij nog enkele concrete omstandigheden waarin het aansprakelijkheidsrecht en schadevergoedingsrecht van toepassing is en waar u er als veroorzaker of benadeelde partij/slachtoffer er goed aan doet juridisch advies in te winnen:

 

En wij kunnen u juridisch advies verstrekken of rechtsbijstand verlenen in een geschil of conflict in de volgende (samenvattende) gevallen:

 

Doelgroepen aansprakelijkheid

Rechtsbijstand en advies op gebied van aansprakelijkheid bieden wij ten aanzien van volgende doelgroepen en/of op de volgende onderwerpen:

 

Het gaat daarbij dan onder meer om de volgende aansprakelijkheidsvormen en schade:

 

Behoefte aan gedegen rechtshulp bij aansprakelijkheid?

Schade geleden en verhalen op de veroorzaker?

Juridisch advies nodig?

Procedure starten?

BERGA juridische diensten adviseert en verleent u bijstand!

Heeft u nog vragen?

Wij staan u persoonlijk, of telefonisch te woord, of regel zelf makkelijk en snel uw juridisch advies of rechtshulp door deze te bestellen in onze webshop.

 

Onze rechtsgebieden

Wij verstrekken juridische diensten aan particulieren en ondernemers op gebied van:

Privaatrecht

Consumentenrecht

Huurrecht

Arbeidsrecht

Algemene voorwaarden

Ondernemingsrecht

Aansprakelijkheidsrecht

Schadevergoedingsrecht   

Contractenrecht

Verbintenissenrecht

Strafrecht

(o.a. zaken voor de politierechter, kantonrechter, appèladvies)

Bestuursrecht

(o.a. bij het indienen van bewaar en beroep, sociaal zekerheidsrecht,

 WW, ZW, Participatiewet)

Bekijk onze diensten op onze website & webshop

Bekijk onze website: www.bergajurdisch.nl & webshop: www.webshop.bergajuridisch.nl. In onze webshop kunt u terecht voor het bestellen van onze telefonische en online diensten, zoals juridisch advies en het laten opmaken, checken of wijzigen van nieuwe of bestaande contracten, voorwaarden of overige documenten.

We zijn u graag van dienst!